Laat op zondagmiddag 18 april 2010 zat ik, zoals gewoonlijk achter mijn bureau.
Ik had het laatste kwartaal van 2009 best hard gewerkt, dus ik had rond de jaarwisseling besloten dat het weer eens tijd werd voor een korte vakantie.
Sinds die tijd was ik eigenlijk voornamelijk bezig met de voorbereidingen daarvoor. Ik zou een paar weken bij mijn vader op bezoek gaan, op Vancouver Island, in Campbell River BC,
Canada.
Ik had al (met een heleboel moeite) uitgezocht dat de goedkoopste vliegtickets mij ergens in mei die kant op zouden kunnen brengen. En Deze keer zou ik niet alleen gaan, zoals bij eerdere
bezoeken. Dus er moest een heleboel geregeld worden.
Vermoedelijk zat ik daarover e-mail te lezen of te schrijven, die zondagmiddag.
Of misschien bezocht ik een leuke website over de omgeving daar of zo.
Wat ik nog weet is, dat ik op een bepaald moment mijn linker-onder-arm verticaal op mijn bureau liet rusten (elleboog op het bureaublad, de hand vermoedelijk tegen mijnhoofd of zo.
Het volgende moment viel die arm met een harde klap op het bureau.
Wat me deed schrikken was niet die klap zelf. Maar ik voelde niets. En het geluid van die klap suggereerde toch dat dat eigenlijk toch wel pijn had moeten doen, normaal gesproken.
Ik probeerde mijn linker-vingertoppen bij elkaar te brengen. Maar ik kreeg geen enkele reactie. Alsof iemand een schakelaar had overgehaald en mijn linkerarm nu ineens zonder stroom
zat...
Nou had ik al sinds die ochtend last van een lichte hoofdpijn boven mijn rechteroor. Maar dat was eigenlijk niet veel bijzonders, vond ik tot dat moment.
Maar even later wilde ik eigenlijk even naar de WC, en toen merkte ik dat ook mijn linkerbeen dienst weigerde...
Gewend als ik was aan niet goed functionerende ledematen, ben ik toch naar de WC gegaan( vermoedelijk met gebruik van één van de twee krukken die ik in die tijd gebruikte om buiten de wat
langere afstanden af te leggen).
Toen ik daarna weer achter mijn bureau zat, begon ik me toch wel te realiseren dat er mogelijk iets ernstig mis was. Maar ik was zodanig gewend aan het hebben van bloedingen, dat ik er zo'n
beetje vanuit ging dat ook dit wel weer over zou gaan, als ik maar even rustig op bed zou gaan liggen(en als dat niet zou helpen, dan zou toch zeker een injectie met stollingsmiddelen de boel
wel weer herstellen...
Dus ik ben naar boven gekropen. Achteruit, zittend op de trap, zoals ik wel vaker deed als ik serieus last had van mijn linkerknie. Ik herinner me van deze keer echter nog wel, dat ik me
halfverwege realiseerde dat de leuning eigenlijk aan de verkeerde kant zat voor deze kwaal: "daar moet ik misschien toch maar eens iets aan doen", dacht ik nog.
Toen ik boven eenmaal op mijn bed was beland, werd ik me nog iets bewuster van de ernst van het probleem: rechtop blijven zitten was een probleem en liggen was ook al niet zo comfortabel, met
zo'n stel lamme ledematen.
Langzaam begon het besef tot me door te dringen dat de situatie dermate ernstig was, dat ik misschien toch maar 112 moest gaan bellen... Maar er waren nog twee overwegingen die me op dat
moment nog even tegenhielden:
Ten eerste was ik bang dat ik niet serieus genomen zou worden. Immers, iemand met een hersenbloeding die nog zo "bij" is zal vast niet "normaal" zijn, dacht ik. En daarnaast was ik me wel
bewust van het feit dat --mocht ik wél serieus genomen worden-- ik waarschijnlijk (en hopelijk) vrij snel naar (ook hopelijk)het Leyenburg ziekenhuis zou worden getransporteerd. En als ik
daar eenmaal was, zou de kans vrij groot zijn, gegeven de omstandigheden, dat ik daar zou moeten blijven, op zijn minst voor een paar dagen...
En voor die eventualiteit wilde ik nog één maatregel treffen: Ik wilde een lijstje met telefoonnummers van mijn familie, vrienden en bekenden bij me hebben. Dus ik ben weer naar beneden
gekropen, naar mijn computer, achter mij bureau.Op de computer had ik een adressenlijstje staan, dat ik heb uitgeprint. Het resulterende velletje papier heb ik uit de printer gehaald, netjes
in vieren gevouwen en bij me gestoken.
En daarna ben ik weer naar boven gegaan en in mijn bed gekropen, waar ik toen (eindelijk, denk ik achteraf) 112 heb gebeld... De ambulance was er razendsnel, vergezeld van politie, die zich
rap toegang tot mijn huis hadden verschaft (ik vermoed dat ik in het telefoontje naar 112 iets moet hebben gezegd over het feit dat ik misschien moeite zou hebben de deur open te doen...) Die
mannen hadden mij razendsnel op een brancard in de ambulance liggen en toen werd ik snel met loeiende sirene naar het ziekenhuis vervoerd. Ik kan me nog vaag herinneren dat ze me eigenlijk
eerst naar het westeinde wilden brengen, maar ik bleef maar zeuren over het regionale Hemofilie-behandelcentrum in het Leyenburg ziekenhuis. Gelukkig luisterden ze uiteindelijk toch naar mijn
gemekker en kwam ik in het Leyenburg terecht...
(to be continued.)